De opvallend onopvallende rol van president Raúl Castro op 26 juli
Anticlimax van de inertie tijdens de jaarlijkse herdenking van de revolutie op 26 juli 2010 in Santa Clara, Cuba?
Dirk van den Broek
De Spaanse versie vind je op DiariodeCuba
Het staat buiten kijf dat de aanwezigheid van de Venezolaanse president Hugo Chávez bij de viering van de 26ste Juli in het Cubaanse Santa Clara, imagoschade hebben opgeleverd voor Raúl Castro. Chávez (ook Fidel) zou er de show gestolen hebben, maar Raúl heeft veeleer behoefte aan de steun of tenminste de neutraliteit van de katholieke kerk en de Spaanse regering voor de operatie die hij op het oog heeft: vrijlating van politieke gevangenen en toezegging van bepaalde economische hervormingen, in ruil voor samenwerkingsakkoorden met de Europese Unie, investeringen, en herschikking van de Cubaanse schulden.
Raúl hoopt bovendien dat zijn concessies het Amerikaanse Congres positief kunnen stemmen en dat de Amerikaanse burgers uiteindelijk het recht krijgen om vrij naar Cuba kunnen reizen. De opvallende aanwezigheid van Chávez in Havana zou de wenkbrauwen hebben doen fronsen in Madrid, Brussel en Washington.
Bovendien zijn er de vele verbale en brutale aanvaringen van Hugo Chávez, o.m. met de leiding van de katholieke kerk in Venezuela. Raúl Castro en de kardinaal van Havana zijn daar perfect van op de hoogte. Evenmin kan Raúl de groeiende nationalistische anti-bolivariaanse* sentimenten negeren onder de Cubaanse bevolking.
Het argument van Chávez om niet naar Cuba te gaan lijkt weinig geloofwaardig. Hij had enkele dagen ervoor al de diplomatieke betrekkingen met Colombia verbroken, maar enkele uren voordat hij het vliegtuig naar Havana neemt, spreekt hij plotseling over een imminente aanvalsdreiging van de kant van Colombia. Wat een tegenvaller; Chávez moet afzien van een droom die hij al zo lang koesterde, namelijk het woord voeren tijdens de nationale viering in Cuba op 26 juli, waar hij volgens zijn eigen voorspellingen, ook zijn spirituele vader Fidel had kunnen ontmoeten. Iemand moet Chávez op het laatste moment hebben gesuggereerd dat zijn bezoek (een idee van Fidel?) niet opportuun was.
Veto Fidel?
Zelfs in de veronderstelling dat Fidel Castro niet tegen sommige veranderingen gekant zou zijn, dan moet het hem minstens dwars zitten dat deze overkomen als de prijs die aan de katholieke kerk, Spanje en de Europese Unie wordt betaald en waarbij de succesvolle hoofdrol door zijn broer wordt gespeeld. Misschien wilde Fidel daarom verhinderen dat Raúl in Santa Clara de langverwachte hervormingen zou aankondigen. Die zouden kunnen worden uitgelegd als een duidelijke concessie aan de kapitalistische vijand, en dus een morele kopstoot voor de autoriteit van Fidel en de nationale soevereiniteit betekenen. Misschien is het legergroen dat Fidel deze dagen droeg een verborgen veto voor zo’n ‘vernederend’ scenario.
Door niet naar Cuba te reizen, sloeg Chávez drie vliegen in een klap; hij stelde Raúl en ten dele ook Fidel tevreden, en maakte indruk op de meest naïeve zielen onder de Venezolanen die de oorlogsdreiging vanuit Colombia slikken en het verantwoordelijkheidsgevoel van hun Comandante prijzen.
Chávez bleef dus thuis om van daaruit tegen de VS te schreeuwen, datzelfde land van waaruit ooit de toeristen naar Cuba zullen reizen. Fidel besloot om televisie te kijken en Raúl besloot het woord aan de behoudsgezinde Machado Ventura te geven, die niets nieuws bracht; hooguit zou men veranderen, wat veranderd moet worden, en verder zou men zich niet zal laten opjagen. Ventura was wel slim genoeg om met geen woord te reppen over de nucleaire apocalyps, die Fidel al enkele weken voorspelt.
Raúl Castro had de tekst van Ventura nooit hebben kunnen uitspreken, want dat zou zijn wens dat de Europese Unie de zogeheten Common Position zou loslaten, de mist doen ingaan.
Hervormingen via Nationale Vergadering
Intussen bereidt de generaal en zijn gevolg zich echter wél voor op ‘het debat’ over de hervormingen dat deze week begint in de Nationale Vergadering. Zal van hieruit, op ‘institutionele’, ‘democratische’ en ‘soevereine’ wijze, een impuls worden gegeven aan de hervormingen? In het castristische theater zijn de zaken zelden wat ze lijken. Het regime heeft tot september de tijd om de nodige maatregelen in te voeren die de regeringen van de Europese Unie kunnen overtuigen en die leiden tot het loslaten van de Common Position*, ondanks enkele stevige tegenstanders binnen de EU.
Diepgravende hervormingen?
Het is de nood die Havana zal drijven tot sociaaleconomische hervormingen. De vraag is: zullen de hervormingen wel voldoende diepgang krijgen? Misschien wel, misschien ook niet echt. Maar dit keer zal men de hervormingen die men doorvoert niet meer kunnen terugdraaien (zoals in het verleden gebeurde), en zullen ze slechts een stap zijn binnen een etappe.
De andere grote vraag, zowel voor de dictatuur als voor de samenleving, is of het regime de ‘onbedoelde schade’ zal kunnen controleren die de eventuele economische hervormingen kunnen toebrengen aan het totalitaire gebouw. De Cubaanse democraten zullen de naderende evolutie niet met gekruiste armen afwachten.
** De Posición Común of Common Position van de Europese Unie stelt de dialoog en de samenwerking met Cuba afhankelijk van verbeteringen op het gebied van democratisering en mensenrechten op het eiland.
Dirk van den Broek
De Spaanse versie vind je op DiariodeCuba
Het staat buiten kijf dat de aanwezigheid van de Venezolaanse president Hugo Chávez bij de viering van de 26ste Juli in het Cubaanse Santa Clara, imagoschade hebben opgeleverd voor Raúl Castro. Chávez (ook Fidel) zou er de show gestolen hebben, maar Raúl heeft veeleer behoefte aan de steun of tenminste de neutraliteit van de katholieke kerk en de Spaanse regering voor de operatie die hij op het oog heeft: vrijlating van politieke gevangenen en toezegging van bepaalde economische hervormingen, in ruil voor samenwerkingsakkoorden met de Europese Unie, investeringen, en herschikking van de Cubaanse schulden.
Raúl hoopt bovendien dat zijn concessies het Amerikaanse Congres positief kunnen stemmen en dat de Amerikaanse burgers uiteindelijk het recht krijgen om vrij naar Cuba kunnen reizen. De opvallende aanwezigheid van Chávez in Havana zou de wenkbrauwen hebben doen fronsen in Madrid, Brussel en Washington.
Bovendien zijn er de vele verbale en brutale aanvaringen van Hugo Chávez, o.m. met de leiding van de katholieke kerk in Venezuela. Raúl Castro en de kardinaal van Havana zijn daar perfect van op de hoogte. Evenmin kan Raúl de groeiende nationalistische anti-bolivariaanse* sentimenten negeren onder de Cubaanse bevolking.
Het argument van Chávez om niet naar Cuba te gaan lijkt weinig geloofwaardig. Hij had enkele dagen ervoor al de diplomatieke betrekkingen met Colombia verbroken, maar enkele uren voordat hij het vliegtuig naar Havana neemt, spreekt hij plotseling over een imminente aanvalsdreiging van de kant van Colombia. Wat een tegenvaller; Chávez moet afzien van een droom die hij al zo lang koesterde, namelijk het woord voeren tijdens de nationale viering in Cuba op 26 juli, waar hij volgens zijn eigen voorspellingen, ook zijn spirituele vader Fidel had kunnen ontmoeten. Iemand moet Chávez op het laatste moment hebben gesuggereerd dat zijn bezoek (een idee van Fidel?) niet opportuun was.
Veto Fidel?
Zelfs in de veronderstelling dat Fidel Castro niet tegen sommige veranderingen gekant zou zijn, dan moet het hem minstens dwars zitten dat deze overkomen als de prijs die aan de katholieke kerk, Spanje en de Europese Unie wordt betaald en waarbij de succesvolle hoofdrol door zijn broer wordt gespeeld. Misschien wilde Fidel daarom verhinderen dat Raúl in Santa Clara de langverwachte hervormingen zou aankondigen. Die zouden kunnen worden uitgelegd als een duidelijke concessie aan de kapitalistische vijand, en dus een morele kopstoot voor de autoriteit van Fidel en de nationale soevereiniteit betekenen. Misschien is het legergroen dat Fidel deze dagen droeg een verborgen veto voor zo’n ‘vernederend’ scenario.
Door niet naar Cuba te reizen, sloeg Chávez drie vliegen in een klap; hij stelde Raúl en ten dele ook Fidel tevreden, en maakte indruk op de meest naïeve zielen onder de Venezolanen die de oorlogsdreiging vanuit Colombia slikken en het verantwoordelijkheidsgevoel van hun Comandante prijzen.
Chávez bleef dus thuis om van daaruit tegen de VS te schreeuwen, datzelfde land van waaruit ooit de toeristen naar Cuba zullen reizen. Fidel besloot om televisie te kijken en Raúl besloot het woord aan de behoudsgezinde Machado Ventura te geven, die niets nieuws bracht; hooguit zou men veranderen, wat veranderd moet worden, en verder zou men zich niet zal laten opjagen. Ventura was wel slim genoeg om met geen woord te reppen over de nucleaire apocalyps, die Fidel al enkele weken voorspelt.
Raúl Castro had de tekst van Ventura nooit hebben kunnen uitspreken, want dat zou zijn wens dat de Europese Unie de zogeheten Common Position zou loslaten, de mist doen ingaan.
Hervormingen via Nationale Vergadering
Intussen bereidt de generaal en zijn gevolg zich echter wél voor op ‘het debat’ over de hervormingen dat deze week begint in de Nationale Vergadering. Zal van hieruit, op ‘institutionele’, ‘democratische’ en ‘soevereine’ wijze, een impuls worden gegeven aan de hervormingen? In het castristische theater zijn de zaken zelden wat ze lijken. Het regime heeft tot september de tijd om de nodige maatregelen in te voeren die de regeringen van de Europese Unie kunnen overtuigen en die leiden tot het loslaten van de Common Position*, ondanks enkele stevige tegenstanders binnen de EU.
Diepgravende hervormingen?
Het is de nood die Havana zal drijven tot sociaaleconomische hervormingen. De vraag is: zullen de hervormingen wel voldoende diepgang krijgen? Misschien wel, misschien ook niet echt. Maar dit keer zal men de hervormingen die men doorvoert niet meer kunnen terugdraaien (zoals in het verleden gebeurde), en zullen ze slechts een stap zijn binnen een etappe.
De andere grote vraag, zowel voor de dictatuur als voor de samenleving, is of het regime de ‘onbedoelde schade’ zal kunnen controleren die de eventuele economische hervormingen kunnen toebrengen aan het totalitaire gebouw. De Cubaanse democraten zullen de naderende evolutie niet met gekruiste armen afwachten.
** De Posición Común of Common Position van de Europese Unie stelt de dialoog en de samenwerking met Cuba afhankelijk van verbeteringen op het gebied van democratisering en mensenrechten op het eiland.
Regime in Havana reageert heftig op beschuldiging van racisme
In Havana is door het regime heftig gereageerd op de verklaring van een groep prominente Afro-Amerikanen, die Havana vorige week beschuldigden van het treiteren van zwarte burgers en het vervolgen van mensenrechtenactivisten. In deze oproep werd ook de vrijlating geëist van Darsi Ferrer, een zwarte dissident die mensenrechtenmarsen organiseerde.
Cuba sloeg terug met een open brief geschreven door intellectuelen en verspreid door de Cubaanse overheid. 'Als er gezegd wordt dat er sprake is van een 'ongevoelige onverschilligheid' tegenover zwarte Cubanen, dat burgerrechten worden onderdrukt om redenen van ras en dat er een einde wordt moet worden gemaakt aan de brutale ongevoeligheid tegenover zwarte Cubanen, die vechten voor de mensenrechten' lijkt dit vooral ‘een misleidende farce,’schrijft de groep intellectuelen.
Wie er precies zwart zijn is een probleem; de genoemde dissident Darsi Ferrer is gemengd van kleur. Cubanen zijn er in vele tinten variërend van zwart, naar buin tot blank en de Cubaan heeft er ook de bijpassende termen voor zoals mulatto (gemengd), negro (zwart), mestizo (gemengd), blanco (blank), trigeño (lichtbruin) of jabao (blanke huid en gekruld haar). Volgens de laatste volkstelling heeft 35%van de Cubanen wortels in Afrika. Zij worden vooral zichtbaar in de sport en de muziek terwijl er nauwelijks Afro-Cubanen hoge regeringsposten bekleden of op de staatstelevisie te zien zijn.
Een van de ondertekenaars van de aanklacht van Amerikaanse en Braziliaanse zwarten is Carlos Moore, die er in de partijkrant Granma van wordt beschuldigd vriendschap te zoeken met Brazilië en de VS ten koste van de manipulatie van de Cubaanse werkelijkheid. Volgens Granma is de verklaring die in de VS werd gepubliceerd 'een misser.’
Cuba sloeg terug met een open brief geschreven door intellectuelen en verspreid door de Cubaanse overheid. 'Als er gezegd wordt dat er sprake is van een 'ongevoelige onverschilligheid' tegenover zwarte Cubanen, dat burgerrechten worden onderdrukt om redenen van ras en dat er een einde wordt moet worden gemaakt aan de brutale ongevoeligheid tegenover zwarte Cubanen, die vechten voor de mensenrechten' lijkt dit vooral ‘een misleidende farce,’schrijft de groep intellectuelen.
Wie er precies zwart zijn is een probleem; de genoemde dissident Darsi Ferrer is gemengd van kleur. Cubanen zijn er in vele tinten variërend van zwart, naar buin tot blank en de Cubaan heeft er ook de bijpassende termen voor zoals mulatto (gemengd), negro (zwart), mestizo (gemengd), blanco (blank), trigeño (lichtbruin) of jabao (blanke huid en gekruld haar). Volgens de laatste volkstelling heeft 35%van de Cubanen wortels in Afrika. Zij worden vooral zichtbaar in de sport en de muziek terwijl er nauwelijks Afro-Cubanen hoge regeringsposten bekleden of op de staatstelevisie te zien zijn.
Een van de ondertekenaars van de aanklacht van Amerikaanse en Braziliaanse zwarten is Carlos Moore, die er in de partijkrant Granma van wordt beschuldigd vriendschap te zoeken met Brazilië en de VS ten koste van de manipulatie van de Cubaanse werkelijkheid. Volgens Granma is de verklaring die in de VS werd gepubliceerd 'een misser.’
Afro-Amerikaans protest tegen racisme in Cuba
Zie ook het artikel (in het Spaans) van Manuel Cuesta Morúa, woordvoerder van de Partido Arco Progresista:
Carlos Moore, certero
http://www.ddcuba.com/opinion/articulos/2009/carlos-moore-certero
De Cubaanse overheid moet de erfenis van de discriminatie van zwarte Cubanen op het eiland onder ogen zien, aldus een groep van Afro-Amerikanen. Het is de eerste maal dat een groep van prominente zwarte Amerikanen, die van oudsher sympathiseren met de Cubaanse revolutie, publiekelijk bevestigen dat er in Cuba racisme bestaat en dat de Cubaanse overheid ‘ongevoelig‘ is voor dit fenomeen.
‘We kennen uit eigen ervaringen de gevolgen van situaties waarbij de burgerrechten worden ontnomen op basis van het ras,’ zegt de groep in een verklaring. ‘Daarom voelen we ons nog meer verplicht onze opinie te laten horen over wat er met onze Cubaanse broeders gebeurt.’
Onder de ondertekenaars zijn de hoogleraar van de Princeton University, professor Cornel West, actrice Ruby Dee Davis, filmdirecteur Melvin Van Peebles, het voormalige Congreslid van Zuid-Florida, Carrie Meek, Dr. Jeremiah Wright, voormalig dominee van president’s Barack Obama’s kerk in Chicago, Susan Taylor, voormalig uitgever van Essence magazine.
De verklaring versterkt andere stemmen die aandringen op veranderingen in Cuba, waar de 62% zwarten op een totaal van 11,4 miljoen Cubanen zeer zwak zijn vertegenwoordigd zijn onder de topleiders van het land, de wetenschappers, academici en andere geledingen.
‘De verandering in denken heeft een historische achtergrond,’ zegt Enrique Patterson, een Afro-Cubaanse auteur. ‘Voorheen werd de groep van Afro Cubanen hier vooral benaderd door blanke Cubaanse ballingen maar dat lukte slecht omdat ze onvoldoende geloofwaardig waren. Nu luisteren de Afro-Amerikanen in de VS wel.’
In de verklaring constateren de ondertekenaars dat Afro-Amerikanen ‘traditioneel aan de zijde van het Castro-regime stonden en de politiek van de VS veroordeelden, die expliciet gericht was op de omverwerping van de Cubaanse regering.'
Ook leerden steeds meer zwarte Amerikanen door bezoeken het land zelf kennen en leerden ‘de situatie met eigen ogen’ kennen, aldus David Covin, een van de ondertekenaars en voormalig voorzitter van de Nationale Conferentie van Zwarte Politieke Wetenschappers.
‘In de strijd om gelijkwaardige behandeling van de zwarten in de VS was mensenrechten geen issue, en nu zien we een evolutie.’ Vooral de stedelijke zwarten gebruikten dit begrip steeds vaker.’aldus Covin.
.
Alberto González, woordvoerder van Cuba's diplomatieke missie in Washington, zegt dat het 'absurd' is de Cubaanse regering te beschuldigen van racisme, want deze regering heeft meer voor zwarten gedaan dan welke regering in de regio ooit, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, opvoeding en welvaart.’
Hij noemt de Afrikaans-Amerikaanse verklaring 'deel van een subversieve campagne tegen Cuba', die bedoeld is om de regering van de eerste Afrikaans-Amerikaanse president bij het item te betrekken>
Download Declaration_of_African-American_support.source.proddec2009.56.pdf
Afro-Amerikaans protest tegen racisme in Cuba (2)
Carlos Moore, certero
http://www.ddcuba.com/opinion/articulos/2009/carlos-moore-certero
De Cubaanse overheid moet de erfenis van de discriminatie van zwarte Cubanen op het eiland onder ogen zien, aldus een groep van Afro-Amerikanen. Het is de eerste maal dat een groep van prominente zwarte Amerikanen, die van oudsher sympathiseren met de Cubaanse revolutie, publiekelijk bevestigen dat er in Cuba racisme bestaat en dat de Cubaanse overheid ‘ongevoelig‘ is voor dit fenomeen.
‘We kennen uit eigen ervaringen de gevolgen van situaties waarbij de burgerrechten worden ontnomen op basis van het ras,’ zegt de groep in een verklaring. ‘Daarom voelen we ons nog meer verplicht onze opinie te laten horen over wat er met onze Cubaanse broeders gebeurt.’
Onder de ondertekenaars zijn de hoogleraar van de Princeton University, professor Cornel West, actrice Ruby Dee Davis, filmdirecteur Melvin Van Peebles, het voormalige Congreslid van Zuid-Florida, Carrie Meek, Dr. Jeremiah Wright, voormalig dominee van president’s Barack Obama’s kerk in Chicago, Susan Taylor, voormalig uitgever van Essence magazine.
De verklaring versterkt andere stemmen die aandringen op veranderingen in Cuba, waar de 62% zwarten op een totaal van 11,4 miljoen Cubanen zeer zwak zijn vertegenwoordigd zijn onder de topleiders van het land, de wetenschappers, academici en andere geledingen.
‘De verandering in denken heeft een historische achtergrond,’ zegt Enrique Patterson, een Afro-Cubaanse auteur. ‘Voorheen werd de groep van Afro Cubanen hier vooral benaderd door blanke Cubaanse ballingen maar dat lukte slecht omdat ze onvoldoende geloofwaardig waren. Nu luisteren de Afro-Amerikanen in de VS wel.’
In de verklaring constateren de ondertekenaars dat Afro-Amerikanen ‘traditioneel aan de zijde van het Castro-regime stonden en de politiek van de VS veroordeelden, die expliciet gericht was op de omverwerping van de Cubaanse regering.'
Ook leerden steeds meer zwarte Amerikanen door bezoeken het land zelf kennen en leerden ‘de situatie met eigen ogen’ kennen, aldus David Covin, een van de ondertekenaars en voormalig voorzitter van de Nationale Conferentie van Zwarte Politieke Wetenschappers.
‘In de strijd om gelijkwaardige behandeling van de zwarten in de VS was mensenrechten geen issue, en nu zien we een evolutie.’ Vooral de stedelijke zwarten gebruikten dit begrip steeds vaker.’aldus Covin.
.
Alberto González, woordvoerder van Cuba's diplomatieke missie in Washington, zegt dat het 'absurd' is de Cubaanse regering te beschuldigen van racisme, want deze regering heeft meer voor zwarten gedaan dan welke regering in de regio ooit, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, opvoeding en welvaart.’
Hij noemt de Afrikaans-Amerikaanse verklaring 'deel van een subversieve campagne tegen Cuba', die bedoeld is om de regering van de eerste Afrikaans-Amerikaanse president bij het item te betrekken>
Download Declaration_of_African-American_support.source.proddec2009.56.pdf
Afro-Amerikaans protest tegen racisme in Cuba (2)
De verklaring van vier pagina's eist dat Raúl Castro een einde maakte aan 'de ongerechtvaardigde en brute intimidatie van zwarte burgers in Cuba, die hun burgerrechten verdedigen.’(…) ‘Wij kunnen in het zicht van toenemende inbreuken op de schendingen van burger- en mensenrechten van deze zwarte activisten, niet zwijgen over de toenemende schendingen van de burgerrechten en mensenrechten van hen, die hun stem verheffen tegen de rassenverhoudingen in dit land.’
De verklaring vraagt ook de onmiddellijke vrijlating van Darsi Ferrer, een bekende Afro-Cubaanse arts en activist die sinds juli gevangen gehouden wordt omdat hij op illegale wijze in het bezit was van twee zakken cement. Ferrer wordt in de verklaring een politieke gevangene genoemd.
Terwijl de Afrikaans-Amerikaanse ondertekenaars het recht van Cuba op volledige soevereiniteit steunen en zich verzetten tegen elke beknotting van deze soevereiniteit, voegen zij er aan toe niet werkeloos te kunnen toezien als als eerzame en toegewijde activisten voor burgerrechten, en de zwarte bevolking in zijn geheel, respectloos wordt behandeld.’
‘Racisme is in Cuba maar ook overal in de wereld, onaanvaardbaar en moet worden bestreden.’ Verder wordt nog geconstateerd dat 85% van de gevangenispopulatie 60% van de 200 politieke gevangenen, zwarte is; tegelijkertijd is maar 20 procent van de professoren aan de Universiteit van Havana zwart.
De verklaring is sterk geïnspireerd door Carlos Moore, een bijzonder gewaardeerde Cubaanse zwarte auteur en burgerrechtenactivist, die in Brazilië woont en de rassendiscriminatie in Cuba al lange tijd bekritiseerde.
Moore overtuigde ook Abdias Nascimiento, oprichter van de Braziliaanse beweging van zwarten en jarenlang Castro supporter; hij schreef eerder dit jaar Een Open Brief Abdias_Nascimento.source.prod_affiliate.56.pdf aan Raúl Castro waarin hij het racisme in Cuba aanklaagde.
De verklaring vraagt ook de onmiddellijke vrijlating van Darsi Ferrer, een bekende Afro-Cubaanse arts en activist die sinds juli gevangen gehouden wordt omdat hij op illegale wijze in het bezit was van twee zakken cement. Ferrer wordt in de verklaring een politieke gevangene genoemd.
Terwijl de Afrikaans-Amerikaanse ondertekenaars het recht van Cuba op volledige soevereiniteit steunen en zich verzetten tegen elke beknotting van deze soevereiniteit, voegen zij er aan toe niet werkeloos te kunnen toezien als als eerzame en toegewijde activisten voor burgerrechten, en de zwarte bevolking in zijn geheel, respectloos wordt behandeld.’
‘Racisme is in Cuba maar ook overal in de wereld, onaanvaardbaar en moet worden bestreden.’ Verder wordt nog geconstateerd dat 85% van de gevangenispopulatie 60% van de 200 politieke gevangenen, zwarte is; tegelijkertijd is maar 20 procent van de professoren aan de Universiteit van Havana zwart.
De verklaring is sterk geïnspireerd door Carlos Moore, een bijzonder gewaardeerde Cubaanse zwarte auteur en burgerrechtenactivist, die in Brazilië woont en de rassendiscriminatie in Cuba al lange tijd bekritiseerde.
Moore overtuigde ook Abdias Nascimiento, oprichter van de Braziliaanse beweging van zwarten en jarenlang Castro supporter; hij schreef eerder dit jaar Een Open Brief Abdias_Nascimento.source.prod_affiliate.56.pdf aan Raúl Castro waarin hij het racisme in Cuba aanklaagde.
De Morgen journalist Lode Delputte over de Havana-sfeer
http://americamigo.blogspot.com/
"Voor de Cubaanse auteur Antonio José Ponte is Havana, en met name het Cuba van na de val van de Sovjetunie, een 'bewaakt feest'. Een partijtje voor toeristen, jineteras, pingueros en nostalgici van de vrolijke, om commerciële redenen naar de nationale verbeeldingswereld teruggehaalde jaren vijftig. Naar de verbeeldingswereld dus, niet naar de werkelijkheid.
Zelfs Buena Vista Social Club is niet meer dan een reconstructie van het nooit geconstrueerde. Zoals het huidige Brugge in de eerste plaats een 19de-eeuwse uitvinding is. En het gerestaureerde Habana la Vieja met parafernalia pocht die nooit eerder in hun huidige presentatie bestaan hebben, en zo begoochelingen verkoopt aan toeristen en revolutionaire bedevaarders. Gelukkig, en dat is wél waar, heeft het recyclen van de fifties in volle Período Especial op zijn minst wat Spelen opgeleverd op een plek waar het Brood meestal ontbrak.
Antonio José Ponte schreef 'La fiesta vigilada', maar daarnaast onder meer ook 'Un arte de hacer ruinas', 'een kunst van het ruïnes bouwen'. Dan gaat het lang niet alleen over de verwaarlozing waarop de Cubaanse revolutie het patrimonium heeft vergast (en bewaard: een mooi collateraal effect van 1959 is dat het Plan-Sert voor de complete vernieling en miamisering van Oud Havana niet is doorgegaan), maar ook over hoe de revolutie actief ruïnes heeft gebouwd: die van de nooit afgewerkte Escuela de Bellas Artes in Cubanacán natuurlijk, maar net zo goed de Moncadakazerne in Santiago. De beroemde kogelgaten in de voorgevel dateren uiteraard niet van 26 juli 1953 – die liet dictator Batista kort na het mislukte exploot weer dichtmetselen - wel van de prille jaren zestig, toen een jonge revolutionair zich mitrailleursgewijs en ad maiorem revolutionis gloriam tegen de bepleisterde muur mocht uitleven.
Ik denk om nog een heel andere reden aan Ponte. Ik las zopas zijn essay 'Een bezoek aan het museum van de intelligentie', waarin hij uitgebreid Timothy Garton Ash (zie hieronder) opvoert. Soms kan de wereld klein zijn: vorige week zat ik met Garton Ash koffie te drinken, had hij het over zijn Stasi-ervaring in Oost-Berlijn en vertelde ik hem, alle verhoudingen in acht genomen, over mijn ervaringen op Cuba.
In 'Cuba na Castro' laat ik ook een voormalige DDR-burger aan het woord die me, op een terras voor het Parque Central, verzekert dat “álles” in Havana hem aan het regime van Erich Honecker deed denken.
Op ontegensprekelijke manier staat het Parque symbool voor de spionnenstaat die het communistische Cuba is, maar die het eiland ook daarvóór al was. En zo kom ik weer bij de jaren vijftig terecht. Lees er Our Man in Havana van Graham Greene maar op na.
De jaren vijftig recyclen betekent dus niet de vrijheid terugbrengen - hooguit het vleugje gealcoholiseerde wulpsheid waar Havana ook toen al zijn handelsmerk van maakte. Maar toegegeven, bijwijlen roepen de exotische clichés wel degelijk een - oppervlakkige - schijn van vrijheid op.
O ja! Ponte leert me nog iets wat ik beter vorige week al had geweten: dat Garton Ash familie is van Greene. Soms worden cirkels op nogal onverwachte wijze rond.
Saludos, Lode.
Geplaatst door Lode Delputte - Americamigo op 7:35
Zelfs Buena Vista Social Club is niet meer dan een reconstructie van het nooit geconstrueerde. Zoals het huidige Brugge in de eerste plaats een 19de-eeuwse uitvinding is. En het gerestaureerde Habana la Vieja met parafernalia pocht die nooit eerder in hun huidige presentatie bestaan hebben, en zo begoochelingen verkoopt aan toeristen en revolutionaire bedevaarders. Gelukkig, en dat is wél waar, heeft het recyclen van de fifties in volle Período Especial op zijn minst wat Spelen opgeleverd op een plek waar het Brood meestal ontbrak.
Antonio José Ponte schreef 'La fiesta vigilada', maar daarnaast onder meer ook 'Un arte de hacer ruinas', 'een kunst van het ruïnes bouwen'. Dan gaat het lang niet alleen over de verwaarlozing waarop de Cubaanse revolutie het patrimonium heeft vergast (en bewaard: een mooi collateraal effect van 1959 is dat het Plan-Sert voor de complete vernieling en miamisering van Oud Havana niet is doorgegaan), maar ook over hoe de revolutie actief ruïnes heeft gebouwd: die van de nooit afgewerkte Escuela de Bellas Artes in Cubanacán natuurlijk, maar net zo goed de Moncadakazerne in Santiago. De beroemde kogelgaten in de voorgevel dateren uiteraard niet van 26 juli 1953 – die liet dictator Batista kort na het mislukte exploot weer dichtmetselen - wel van de prille jaren zestig, toen een jonge revolutionair zich mitrailleursgewijs en ad maiorem revolutionis gloriam tegen de bepleisterde muur mocht uitleven.
Ik denk om nog een heel andere reden aan Ponte. Ik las zopas zijn essay 'Een bezoek aan het museum van de intelligentie', waarin hij uitgebreid Timothy Garton Ash (zie hieronder) opvoert. Soms kan de wereld klein zijn: vorige week zat ik met Garton Ash koffie te drinken, had hij het over zijn Stasi-ervaring in Oost-Berlijn en vertelde ik hem, alle verhoudingen in acht genomen, over mijn ervaringen op Cuba.
In 'Cuba na Castro' laat ik ook een voormalige DDR-burger aan het woord die me, op een terras voor het Parque Central, verzekert dat “álles” in Havana hem aan het regime van Erich Honecker deed denken.
Op ontegensprekelijke manier staat het Parque symbool voor de spionnenstaat die het communistische Cuba is, maar die het eiland ook daarvóór al was. En zo kom ik weer bij de jaren vijftig terecht. Lees er Our Man in Havana van Graham Greene maar op na.
De jaren vijftig recyclen betekent dus niet de vrijheid terugbrengen - hooguit het vleugje gealcoholiseerde wulpsheid waar Havana ook toen al zijn handelsmerk van maakte. Maar toegegeven, bijwijlen roepen de exotische clichés wel degelijk een - oppervlakkige - schijn van vrijheid op.
O ja! Ponte leert me nog iets wat ik beter vorige week al had geweten: dat Garton Ash familie is van Greene. Soms worden cirkels op nogal onverwachte wijze rond.
Saludos, Lode.
Geplaatst door Lode Delputte - Americamigo op 7:35
1 mei boodschap van de partij Arco Progresista de Cuba
Havana, 30 april 2009
Overal ter wereld grijpen de arbeiders de gelegenheid van de 1ste mei aan om hun historische helden te huldigen en op te komen voor hun eisen. Maar in Cuba verwordt elke 1ste mei tot een dag waarin de arbeiders, door middel van massieve manipulatie en dwang, hun steun aan de Staat demonstreren. Voor de autoriteiten blijft het de bedoeling steun te verwerven binnen de arbeidersklasse voor wat zij de revolutie noemen. Maar de vraag blijft of de „revolutie“ de arbeiders verdedigt. Voor onze partij Arco Progresista, is het antwoord negatief.
De Cubaanse arbeiders zijn niet de eigenaars van wat hun 1 mei feest zou moeten zijn. Was dat wel het geval, dan zouden wij hen van hun enige werkgever, de Staat, horen eisen dat hij de maatregelen en transformaties zou doorvoeren nodig om hun lonen en tegemoetkomingen in overeenstemming te brengen met de hoge kosten van levensonderhoud, en om de enorme materiële tekortkomingen te verzachten waaronder de overweldigende meerderheid van ons volk gebukt gaat.
Op een echte 1 mei viering zouden de vrije arbeiders zonder twijfel hun stem verheffen en de zeer moeilijke arbeidsvoorwaarden van onze land- en industriearbeiders aan de kaak stellen, evenals de totale verwaarlozing van de slachtoffers van de zogenoemde rationalisaties, die werkloosheid en ondertewerkstelling meebrengen die nooit in de officiële cijfers terug te vinden is.
Als ze hun feest zouden recupereren, dan zouden de Cubaanse arbeiders voor de eigen burgers het recht kunnen claimen op eigendom, investering en oprichting van bedrijven dat vandaag in Cuba voorbehouden is aan buitenlanders. Ze zouden het einde vragen van de staatsbemoeienis en de politieke conditionering bij de aanwerving, promotie en verloning van de arbeid, evenals het recht op vrije syndicalisering, zoals dat nochtans door de huidige Arbeidscode wordt vastgelegd maar dat vandaag dood en begraven is.
Anders dan de arbeiders overal ter wereld, zeker op de 1ste mei, stellen de Cubaanse arbeiders geen enkele openbare eis, en kan de staat een heel volk mobiliseren in functie van zijn belangen en concepten. Daarmee verraadt dit regime duidelijke zijn ware aard. Zonder een omvorming van dit regime zal de Cubaanse arbeidersklasse niet ontwaken uit haar lange winterslaap, noch de impuls herwinnen die het haar mogelijk maakte om in de eerste decennia van de vorige eeuw, ondanks enorme hindernissen, grote leiders voort te brengen en essentiële veroveringen te boeken.
Voor de Arco Progresista is het een schande dat sommige vakbondsmilitanten uit andere landen elk jaar naar Cuba trekken om hier deel te nemen aan de officiële viering van de 1ste mei, zonder voor de Cubaanse arbeiders de rechten en de macht te vorderen die ze voor zichzelf in eigen land claimen en genieten.
De Arco Progresista nodigt alle Cubaanse onafhankelijke syndicalisten uit om de aanstaande 1ste mei te vieren: een groot moment om de rechten en de vrijheden van de Cubaanse arbeiders op te eisen.
Manuel Cuesta Morúa
Woordvoerder
Overal ter wereld grijpen de arbeiders de gelegenheid van de 1ste mei aan om hun historische helden te huldigen en op te komen voor hun eisen. Maar in Cuba verwordt elke 1ste mei tot een dag waarin de arbeiders, door middel van massieve manipulatie en dwang, hun steun aan de Staat demonstreren. Voor de autoriteiten blijft het de bedoeling steun te verwerven binnen de arbeidersklasse voor wat zij de revolutie noemen. Maar de vraag blijft of de „revolutie“ de arbeiders verdedigt. Voor onze partij Arco Progresista, is het antwoord negatief.
De Cubaanse arbeiders zijn niet de eigenaars van wat hun 1 mei feest zou moeten zijn. Was dat wel het geval, dan zouden wij hen van hun enige werkgever, de Staat, horen eisen dat hij de maatregelen en transformaties zou doorvoeren nodig om hun lonen en tegemoetkomingen in overeenstemming te brengen met de hoge kosten van levensonderhoud, en om de enorme materiële tekortkomingen te verzachten waaronder de overweldigende meerderheid van ons volk gebukt gaat.
Op een echte 1 mei viering zouden de vrije arbeiders zonder twijfel hun stem verheffen en de zeer moeilijke arbeidsvoorwaarden van onze land- en industriearbeiders aan de kaak stellen, evenals de totale verwaarlozing van de slachtoffers van de zogenoemde rationalisaties, die werkloosheid en ondertewerkstelling meebrengen die nooit in de officiële cijfers terug te vinden is.
Als ze hun feest zouden recupereren, dan zouden de Cubaanse arbeiders voor de eigen burgers het recht kunnen claimen op eigendom, investering en oprichting van bedrijven dat vandaag in Cuba voorbehouden is aan buitenlanders. Ze zouden het einde vragen van de staatsbemoeienis en de politieke conditionering bij de aanwerving, promotie en verloning van de arbeid, evenals het recht op vrije syndicalisering, zoals dat nochtans door de huidige Arbeidscode wordt vastgelegd maar dat vandaag dood en begraven is.
Anders dan de arbeiders overal ter wereld, zeker op de 1ste mei, stellen de Cubaanse arbeiders geen enkele openbare eis, en kan de staat een heel volk mobiliseren in functie van zijn belangen en concepten. Daarmee verraadt dit regime duidelijke zijn ware aard. Zonder een omvorming van dit regime zal de Cubaanse arbeidersklasse niet ontwaken uit haar lange winterslaap, noch de impuls herwinnen die het haar mogelijk maakte om in de eerste decennia van de vorige eeuw, ondanks enorme hindernissen, grote leiders voort te brengen en essentiële veroveringen te boeken.
Voor de Arco Progresista is het een schande dat sommige vakbondsmilitanten uit andere landen elk jaar naar Cuba trekken om hier deel te nemen aan de officiële viering van de 1ste mei, zonder voor de Cubaanse arbeiders de rechten en de macht te vorderen die ze voor zichzelf in eigen land claimen en genieten.
De Arco Progresista nodigt alle Cubaanse onafhankelijke syndicalisten uit om de aanstaande 1ste mei te vieren: een groot moment om de rechten en de vrijheden van de Cubaanse arbeiders op te eisen.
Manuel Cuesta Morúa
Woordvoerder
Open brief van de Cubaanse sociaaldemocraten aan beide presidentskandidaten
Havana, 22 oktober 2008
Mijnheer de President van de Verenigde Staten van Amerika,
De Verenigde Staten en de wereld staan voor een historisch moment. Deze verkiezingen zijn voorbeeldig geweest in meer dan één opzicht, omdat ze de hele Amerikaanse natie en de diverse geledingen ervan bij het debat hebben betrokken: van de jeugd, over de traditionelere groepen in de Amerikaanse maatschappij, tot de culturele en sociale segmenten die zich over het algemeen ver van de interne politiek houden.
Het debat betrof ook fundamentele thema’s eigen aan een maatschappij in beweging: ras, minderheden, ecologie, onderwijs, gezondheidszorg, de verdeling van de welvaart, de oorlog en, uiteraard, de economie. Dit alles in het specifieke kader van de versnelde globalisering, waarbij structurele fouten in onze wereld naar boven komen, - de crisis van de financiële markten is meer dan gewoon een incident -, maar waarbij ook het potentieel van een open en creatieve maatschappij duidelijk wordt.
Voegen we daarbij de onomkeerbare strijd voor zelferkenning van individuen, staten, regio’s en culturen, dan is het evident dat de wereld complexer wordt, terwijl de communicatienetwerken en de informatie altijd maar aan belang winnen, wat zowel kansen als de gevaren biedt. Dit kader vraagt een openheid van geest, leiderschap, flexibiliteit en gedeelde uitoefening van verantwoordelijkheden in de regionale politiek en in de internationale organismen, in een context van noodzakelijke democratisering van onze samenlevingen.
Uw regering staat voor de opgave haar geopolitiek te verzoenen met de belangen en de noden van arme en uitgesloten samenlevingen die een belangrijkere stem verdienen in de internationale organismen om geschillen op te lossen en tot een noodzakelijke samenwerking te komen. Bij deze uitdaging past een nieuwe benaderingswijze voor de specifieke en globale problemen.
De behoefte aan geestelijke openheid, doelgerichte leiding, flexibiliteit, en gedeelde uitoefening van verantwoordelijkheden, blijkt zowel te leven binnen de Amerikaanse samenleving als in de meeste andere landen van de wereld. De aandacht die deze verkiezingen wereldwijd hebben losgemaakt, heeft te maken met de mondiale vraag naar verandering in de stijl en de politieke benadering van oude en nieuwe, globale en geglobaliseerde problemen waarvoor de wereld zich gesteld ziet.
Deze belangstelling is bijzonder zichtbaar in Cuba. Als het zo is dat de VS nood hebben aan verandering, dan is verandering voor Cuba de enige weg om historisch zelfs maar te overleven. In de Partij Progressieve Koepel zijn wij er ons goed van bewust dat een Nieuw Land, naam van ons globale project, noodzakelijk is als Cuba als leefbare continuïteit verder wil bestaan: iets wat wij slechts kunnen binnen een democratie.
Uiteraard zijn wij van mening dat de heroriëntatie van het beleid van de Verenigde Staten t.a.v. Cuba essentieel is om het dichte netwerk van voorwendsels te ontwarren dat de Cubaanse regering gedurende bijna 50 jaar heeft ineengevlochten om haar onleefbaar politiek project te rechtvaardigen: project dat nooit beantwoordde, noch aan de aspiraties noch aan de cultuur binnen de Cubaanse samenleving.
Natuurlijk delen de VS niet in de verantwoordelijkheid voor de structurele en historische crisis van Cuba; de enige verantwoordelijkheid die de V.S. dragen, bestaat erin dat ze de alibi’s verstrekken aan de Cubaanse regering waarvan die zich bedient om het interne conflict Staat-Maatschappij te vervangen door een conflict Cuba-V.S. In die zin is het traditionele Amerikaanse beleid de beste stabilisator voor de Cubaanse regering.
Cuba beleeft een moment van “culturele” overgang, dat grotere zichtbaarheid gekregen heeft bij de overdracht van de macht tussen de gebroeders Castro.
De vorige regering [Bush] slaagde er niet om dit ogenblik te vatten, en volhardde in de boosheid door precies te doen wat Havana nodig heeft om ons te gevangen te houden binnen haar turbulent immobilisme. Ze heeft zich ingespannen om systematische de communicatie te beletten tussen de families aan beide kanten van de Straat van Florida, geldoverschrijvingen naar de familie in Cuba te beperken, de culturele uitwisseling tussen onze samenlevingen te beperken. Ze hield vast aan een harde retoriek, verhief tot Staatsbeleid wat in feite gokken was op destabilisatie van Cuba als noodzakelijk prijs voor de vrijheid van de Cubanen. Ze ontwierp modellen van democratische overgang op Cuba in termen van de Koude Oorlog.
Zo werd een beleid gevoerd dat het best tegemoetkomt aan de strategische noodzaak van de Cubaanse regering, en dit op een moment dat de Cubaanse samenleving op duizend en één manieren schreeuwt om een veranderingsstrategie.
Wat uw regering voor de democratie in Cuba kan doen, is breken met dit schema dat ons niets heeft opgebracht. Het is vreemd dat terwijl het debat binnen de VS voor een verandering van het beleid t.a.v. Cuba verdiept en de hoogste niveaus van de staat bereikt, de voorstellen tot dialoog van de pas verkozen president van Cuba, Raúl Castro tot George W. Bush geen weerklank krijgen.
Op de vraag of een verandering in het beleid van de VS gunstig is voor de Cubaanse regering, antwoorden wij, als partij, ja. Maar een ommezwaai in de VS is zeker ook een destabiliserend element voor de autoriteiten van Cuba; die kunnen weliswaar min of meer de crisis beheren, maar beschikken niet over het soort leiderschap dat Cuba nu nodig heeft.
De Cubaanse burgers en onze Partij Progressieve Koepel zijn echter wél geïnteresseerd en hebben wél belang bij een drastische verandering in de het Amerikaanse beleid t.a.v. Cuba.
Die zou kunnen breken met de cyclus van precaire afhankelijkheden t.a.v. geostrategische belangen van onverantwoordelijke actoren, zoals die van de regering Chávez in Venezuela; van actoren die ons opnieuw komen opzoeken omwille van hun eigen nood aan geopolitieke compensatie, zoals Rusland; en van een VS die telkens weer vervallen in een conflictueuze relatie met Cuba, een verknoeide, weinig respectvolle en fundamenteel schizofrene relatie.
Wat wij hopen van uw presidentschap? De opheffing van alle beperkingen op de communicatie tussen Cubaanse families, een grondige herziening van de traditionele schema’s van het Amerikaanse beleid, wat inhoudt: de opheffing van het embargo, een duidelijke bereidheid tot dialoog met alle Cubanen, een oprechte steun, zonder tussenkomst of voorwaarden, aan de Cubaanse democraten, en duidelijke gebaren om aan te geven dat de onafhankelijkheid van Cuba als culturele en politieke verworvenheid door uw regering zal worden geëerbiedigd.
Dat zou de beste bijdrage tot de democratisering van Cuba zijn, al ware het maar omdat de Cubaanse regering zich niet meer zou kunnen beroepen op het afgezaagde excuus waarbij men de schuld voor de globale crisis van een regime en zijn model afwentelt op een ander land. Laat onze regering alleen met haar fantasmen. Dat is de meest aangewezen manier om bij te dragen tot de psychologische herbewapening van de Cubanen in hun aanhoudend gevecht voor de totstandbrenging van de democratische rechtsstaat.
Met de meeste hoogachting
Manuel Cuesta Morúa
De Verenigde Staten en de wereld staan voor een historisch moment. Deze verkiezingen zijn voorbeeldig geweest in meer dan één opzicht, omdat ze de hele Amerikaanse natie en de diverse geledingen ervan bij het debat hebben betrokken: van de jeugd, over de traditionelere groepen in de Amerikaanse maatschappij, tot de culturele en sociale segmenten die zich over het algemeen ver van de interne politiek houden.
Het debat betrof ook fundamentele thema’s eigen aan een maatschappij in beweging: ras, minderheden, ecologie, onderwijs, gezondheidszorg, de verdeling van de welvaart, de oorlog en, uiteraard, de economie. Dit alles in het specifieke kader van de versnelde globalisering, waarbij structurele fouten in onze wereld naar boven komen, - de crisis van de financiële markten is meer dan gewoon een incident -, maar waarbij ook het potentieel van een open en creatieve maatschappij duidelijk wordt.
Voegen we daarbij de onomkeerbare strijd voor zelferkenning van individuen, staten, regio’s en culturen, dan is het evident dat de wereld complexer wordt, terwijl de communicatienetwerken en de informatie altijd maar aan belang winnen, wat zowel kansen als de gevaren biedt. Dit kader vraagt een openheid van geest, leiderschap, flexibiliteit en gedeelde uitoefening van verantwoordelijkheden in de regionale politiek en in de internationale organismen, in een context van noodzakelijke democratisering van onze samenlevingen.
Uw regering staat voor de opgave haar geopolitiek te verzoenen met de belangen en de noden van arme en uitgesloten samenlevingen die een belangrijkere stem verdienen in de internationale organismen om geschillen op te lossen en tot een noodzakelijke samenwerking te komen. Bij deze uitdaging past een nieuwe benaderingswijze voor de specifieke en globale problemen.
De behoefte aan geestelijke openheid, doelgerichte leiding, flexibiliteit, en gedeelde uitoefening van verantwoordelijkheden, blijkt zowel te leven binnen de Amerikaanse samenleving als in de meeste andere landen van de wereld. De aandacht die deze verkiezingen wereldwijd hebben losgemaakt, heeft te maken met de mondiale vraag naar verandering in de stijl en de politieke benadering van oude en nieuwe, globale en geglobaliseerde problemen waarvoor de wereld zich gesteld ziet.
Deze belangstelling is bijzonder zichtbaar in Cuba. Als het zo is dat de VS nood hebben aan verandering, dan is verandering voor Cuba de enige weg om historisch zelfs maar te overleven. In de Partij Progressieve Koepel zijn wij er ons goed van bewust dat een Nieuw Land, naam van ons globale project, noodzakelijk is als Cuba als leefbare continuïteit verder wil bestaan: iets wat wij slechts kunnen binnen een democratie.
Uiteraard zijn wij van mening dat de heroriëntatie van het beleid van de Verenigde Staten t.a.v. Cuba essentieel is om het dichte netwerk van voorwendsels te ontwarren dat de Cubaanse regering gedurende bijna 50 jaar heeft ineengevlochten om haar onleefbaar politiek project te rechtvaardigen: project dat nooit beantwoordde, noch aan de aspiraties noch aan de cultuur binnen de Cubaanse samenleving.
Natuurlijk delen de VS niet in de verantwoordelijkheid voor de structurele en historische crisis van Cuba; de enige verantwoordelijkheid die de V.S. dragen, bestaat erin dat ze de alibi’s verstrekken aan de Cubaanse regering waarvan die zich bedient om het interne conflict Staat-Maatschappij te vervangen door een conflict Cuba-V.S. In die zin is het traditionele Amerikaanse beleid de beste stabilisator voor de Cubaanse regering.
Cuba beleeft een moment van “culturele” overgang, dat grotere zichtbaarheid gekregen heeft bij de overdracht van de macht tussen de gebroeders Castro.
De vorige regering [Bush] slaagde er niet om dit ogenblik te vatten, en volhardde in de boosheid door precies te doen wat Havana nodig heeft om ons te gevangen te houden binnen haar turbulent immobilisme. Ze heeft zich ingespannen om systematische de communicatie te beletten tussen de families aan beide kanten van de Straat van Florida, geldoverschrijvingen naar de familie in Cuba te beperken, de culturele uitwisseling tussen onze samenlevingen te beperken. Ze hield vast aan een harde retoriek, verhief tot Staatsbeleid wat in feite gokken was op destabilisatie van Cuba als noodzakelijk prijs voor de vrijheid van de Cubanen. Ze ontwierp modellen van democratische overgang op Cuba in termen van de Koude Oorlog.
Zo werd een beleid gevoerd dat het best tegemoetkomt aan de strategische noodzaak van de Cubaanse regering, en dit op een moment dat de Cubaanse samenleving op duizend en één manieren schreeuwt om een veranderingsstrategie.
Wat uw regering voor de democratie in Cuba kan doen, is breken met dit schema dat ons niets heeft opgebracht. Het is vreemd dat terwijl het debat binnen de VS voor een verandering van het beleid t.a.v. Cuba verdiept en de hoogste niveaus van de staat bereikt, de voorstellen tot dialoog van de pas verkozen president van Cuba, Raúl Castro tot George W. Bush geen weerklank krijgen.
Op de vraag of een verandering in het beleid van de VS gunstig is voor de Cubaanse regering, antwoorden wij, als partij, ja. Maar een ommezwaai in de VS is zeker ook een destabiliserend element voor de autoriteiten van Cuba; die kunnen weliswaar min of meer de crisis beheren, maar beschikken niet over het soort leiderschap dat Cuba nu nodig heeft.
De Cubaanse burgers en onze Partij Progressieve Koepel zijn echter wél geïnteresseerd en hebben wél belang bij een drastische verandering in de het Amerikaanse beleid t.a.v. Cuba.
Die zou kunnen breken met de cyclus van precaire afhankelijkheden t.a.v. geostrategische belangen van onverantwoordelijke actoren, zoals die van de regering Chávez in Venezuela; van actoren die ons opnieuw komen opzoeken omwille van hun eigen nood aan geopolitieke compensatie, zoals Rusland; en van een VS die telkens weer vervallen in een conflictueuze relatie met Cuba, een verknoeide, weinig respectvolle en fundamenteel schizofrene relatie.
Wat wij hopen van uw presidentschap? De opheffing van alle beperkingen op de communicatie tussen Cubaanse families, een grondige herziening van de traditionele schema’s van het Amerikaanse beleid, wat inhoudt: de opheffing van het embargo, een duidelijke bereidheid tot dialoog met alle Cubanen, een oprechte steun, zonder tussenkomst of voorwaarden, aan de Cubaanse democraten, en duidelijke gebaren om aan te geven dat de onafhankelijkheid van Cuba als culturele en politieke verworvenheid door uw regering zal worden geëerbiedigd.
Dat zou de beste bijdrage tot de democratisering van Cuba zijn, al ware het maar omdat de Cubaanse regering zich niet meer zou kunnen beroepen op het afgezaagde excuus waarbij men de schuld voor de globale crisis van een regime en zijn model afwentelt op een ander land. Laat onze regering alleen met haar fantasmen. Dat is de meest aangewezen manier om bij te dragen tot de psychologische herbewapening van de Cubanen in hun aanhoudend gevecht voor de totstandbrenging van de democratische rechtsstaat.
Met de meeste hoogachting
Manuel Cuesta Morúa
Secretaris-generaal van de
Partido Arco Progresista de Cuba
Cubaanse sociaaldemocraten plannen congres in 2010
IPS/HAVANA: Een groep gematigde dissidenten in Cuba kondigde gisteren aan dat ze in september 2010 een groot congres willen organiseren. De groep heeft de ambitie een “politieke meerderheid” te worden.
De sociaaldemocratische groep Arco Progresista zegt dat 150 tot 200 afgevaardigden uit het hele land aan het tweedaagse congres zullen deelnemen. De bedoeling van het congres is de strategie te bepalen en een bestuur te kiezen.
http://www.dethuisjournalist.nl/buitenland/cuba-cubaanse-dissidenten-plannen-congres-in-2010/
Cubaanse punkzanger gearresteerd vanwege kritiek op Castro
Gorki Águila, de voorman van de Cubaanse hardrock band Porno para Ricardo en de schrijver van niets ontziende songteksten waarin hij openlijk de Cubaanse revolutie bekritiseert en grappen maakt over Fidel en Raúl Castro, is maandag jongstleden in Havana aangehouden en zal wellicht vrijdagochtend worden veroordeeld wegens peligrosidad social predelictiva of gevaar voor de staat. De maximumgevangenisstraf hiervoor is vier jaar.

Dit artikel in de Cubaanse wetgeving peligrosidad social predelictiva wordt vaker gebruikt door het regime om opposanten tot gevangenisstraf te veroordelen. Deze term duidt op een sociaal gevaar dat in de voorfase van een delict verkeert.
In een persreactie van de groep wordt gemeld dat Gorki in zijn huis werd gearresteerd toen hij bezig was met de opnames van de laatste nummers van zijn volgend cd. De groep zegt op de website van de band dat Gorki alleen is aangehouden vanwege zijn kritiek op de regering.
’De onafhankelijke artistieke vrijheid wordt in Cuba enkel gehonoreerd met vervolging, aanhoudingen en arrestaties door de politie van de dictatuur’, zeggen de bandleden in een reactie op de website van de punkrockgroep.
Wat er is voorgevallen ‘is helemaal niks nieuws’ voegen ze daar aan toe en ze herinneren er aan dat Gorki Águila in 2003 ‘onder vals beschuldigingen (drugshandel) werd gearresteerd en tot 4 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld.’
De bandleden concluderen: ‘In werkelijkheid heeft Gorki zich maar aan een ding schuldig gemaakt: hij heeft de ballen (cojones) die nodig zijn om de aanvallen van de dictatuur tegen het Cubaanse volk en de onwettigheid van het erfelijke regime dat Cuba is opgelegd, aan te klagen.’
Gorki is een van de personages die de Spaanse journalist Benito Zambrando inspireerde tot de film Habana Blues waarin de lotgevallen van underground musici in Cuba in beeld komen en de problemen die zij hebben om hun ideëen in het Cuba van nu te verwezenlijken. Porno para Ricardo werd 10 jaar geleden opgericht en heeft nooit botsingen met de staat ontlopen.’
Zijn songteksten zijn hard en agressief en gaan niet alleen over de hardheid van het bestaan op het eiland maar vallen ook het socialistisch systeem aan in Cuba en de leiders vanaf Fidel Castro tot en met de vertegenwoordiger van de Poder Popular in de buurt in de wijk Playa, waarin Gorki woont.
Gorki zong er als volgt over:
‘Ik zweer je dat ik nog nooit zo’n klotige ambtenaar ben tegengekomen als deze zwarte verklikker,
hij pakt ons elke keer onze oefenruimte af en stuurt ons op de politie op het dak, als we repeteren.
Die hoerenzoon van een buurtvertegenwoordiger zou ons het liefst zo snel mogelijk vastzetten en stuurt de geheime dienst op onze optredens af want die willen dat we een ander liedje zingen voor El Comandante.
Bron: El Pais, 28 augustus 2008
In maart 2008 sprak Kees van Kortenhof (Glasnost in Cuba) met Gorki
Zie hiervoor: Rockero’ Gorki Águila overschreeuwt zijn angst’
http://cuba.web-log.nl/cuba/2008/05/index.html

Dit artikel in de Cubaanse wetgeving peligrosidad social predelictiva wordt vaker gebruikt door het regime om opposanten tot gevangenisstraf te veroordelen. Deze term duidt op een sociaal gevaar dat in de voorfase van een delict verkeert.
In een persreactie van de groep wordt gemeld dat Gorki in zijn huis werd gearresteerd toen hij bezig was met de opnames van de laatste nummers van zijn volgend cd. De groep zegt op de website van de band dat Gorki alleen is aangehouden vanwege zijn kritiek op de regering.
’De onafhankelijke artistieke vrijheid wordt in Cuba enkel gehonoreerd met vervolging, aanhoudingen en arrestaties door de politie van de dictatuur’, zeggen de bandleden in een reactie op de website van de punkrockgroep.
Wat er is voorgevallen ‘is helemaal niks nieuws’ voegen ze daar aan toe en ze herinneren er aan dat Gorki Águila in 2003 ‘onder vals beschuldigingen (drugshandel) werd gearresteerd en tot 4 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld.’
De bandleden concluderen: ‘In werkelijkheid heeft Gorki zich maar aan een ding schuldig gemaakt: hij heeft de ballen (cojones) die nodig zijn om de aanvallen van de dictatuur tegen het Cubaanse volk en de onwettigheid van het erfelijke regime dat Cuba is opgelegd, aan te klagen.’
Gorki is een van de personages die de Spaanse journalist Benito Zambrando inspireerde tot de film Habana Blues waarin de lotgevallen van underground musici in Cuba in beeld komen en de problemen die zij hebben om hun ideëen in het Cuba van nu te verwezenlijken. Porno para Ricardo werd 10 jaar geleden opgericht en heeft nooit botsingen met de staat ontlopen.’
Zijn songteksten zijn hard en agressief en gaan niet alleen over de hardheid van het bestaan op het eiland maar vallen ook het socialistisch systeem aan in Cuba en de leiders vanaf Fidel Castro tot en met de vertegenwoordiger van de Poder Popular in de buurt in de wijk Playa, waarin Gorki woont.
Gorki zong er als volgt over:
‘Ik zweer je dat ik nog nooit zo’n klotige ambtenaar ben tegengekomen als deze zwarte verklikker,
hij pakt ons elke keer onze oefenruimte af en stuurt ons op de politie op het dak, als we repeteren.
Die hoerenzoon van een buurtvertegenwoordiger zou ons het liefst zo snel mogelijk vastzetten en stuurt de geheime dienst op onze optredens af want die willen dat we een ander liedje zingen voor El Comandante.
Bron: El Pais, 28 augustus 2008
In maart 2008 sprak Kees van Kortenhof (Glasnost in Cuba) met Gorki
Zie hiervoor: Rockero’ Gorki Águila overschreeuwt zijn angst’
http://cuba.web-log.nl/cuba/2008/05/index.html
Cuba weigert visum voor Cuba aan Spaans socialistisch europarlementslid Yáñez-Barnuevo


Luis Yáñez, Europarlementslid van de socialistische partij in Spanje (PSOE), heeft geen toestemming gekregen van de Cubaanse autoriteiten om het congres van de progressief linkse oppositiegroep Arco Progresista in Havana bij te wonen. Ook andere socialisten werd de toegang tot Cuba ontzegd.
In een reactie herinnert Yáñez eraan hoe hij eerder toestemming kreeg om leden van de oppositie in het Chili van Pinochet en het Rusland van Brezjnev gesprekken te voeren.
Dirk van den Broek, internationale vertegenwoordiger van Arco Progresista, meldt dat de ‘Cubaanse ambassadeur bij de Europese Unie, Elio Rodriguez dit in een gesprek met Luis Yáñez-Barnuevo, heeft medegedeeld.’ De Cubaanse ambassadeur bood de Spaanse parlementariër wel de mogelijkheid om Cuba te bezoeken en daar te spreken met verantwoordelijken van de regering.’
.
Yáñez ‘betreurt’ de beslissing van het eiland en constateert dat het nog niet eerder in zijn lange politieke loopbaan was voorgekomen dat hem een visum voor een land werd geweigerd. ‘Ik was in Chili tijdens Pinochet, de Sovjet Unie tijden Brezjnev en in Argentinië van Videla om gesprekken te voeren met tegenstanders van de regering.’
De medicus Luis Yáñez was een van de belangrijkste figuren van de klandestiene socialistische oppositie tijdens het Franco-regime. Vandaar ook zijn principieel verzet heeft tegen elke vorm van diktatuur.
De eerste Conventie van Arco Progresista en het Foro Progresista vond dit weekend in Havana plaats. De drie dissidente organisaties die deel uitmaken van Arco Progresista besloten zich aaneen te sluiten en een sociaal-democratische politieke partij, "Partido Arco Progresista" te vormen met het oog op de komende transitie in Cuba.
Arco Progresista kritisch over Europa’s rol (14.6.2008)
Arco Progresista heeft de Europese Unie gevraagd politieke veranderingen in Cuba te stimuleren door ‘een normalisatie van de relaties met Europa waardoor de Cubaanse regering zich verplicht ziet tot werkelijke veranderingen.’

Manuel Cuesta Morúa, temidden van twee andere leden van Arco Progresista (maart 2008).
Arco Progresista dringt in de oproep aan om een versteviging van de relaties tussen de EU en het eiland ‘niet alleen van relaties tussen regeringen maar ook gericht op een vruchtbare relatie met de civiele maatschappij in Cuba die rijk, pluriform, weliswaar tot zwijgen gebracht en complex is.’
Vrijdag aanstaande nemen de Europese ministers van Buitenlandse Zaken een besluit over de vraag over de reeds bevroren sancties –ingevoerd in 2003 en bevroren in 2005- tegen Cuba moeten worden opgeheven.
Arco zegt dat de beperkte veranderingen die onder de regering van Raúl Castro zijn ingevoerd ‘leiden tot een consumptiemaatschappij maar geen stap zijn op weg naar een democratische samenleving.’ (…) ‘ In dit jaar hebben wij met geen enkele politieke verandering kennis kunnen maken. Noch is er sprake van een kalender van politieke hervormingen of een democratische opening’, aldus voorman Manuel Cuesta Morúa.
In de verklaring wordt ook herinnerd aan de ‘trieste rol’ van Europese functionarissen die bij een bezoek aan Cuba weigerden dissidenten te bezoeken. Arco Progresista benadrukt dat de vertegenwoordigers van de EU ‘goed moeten weten dat elke verandering van de EU-politiek tegenover Cuba door de Cubaanse autoriteiten zal worden gemanipuleerd als een erkenning van de fouten gemaakt door de Europese Unie.’
Desondanks mag dat volgens deze oppositiegroep geen obstakel zijn voor de EU om 'enkele onpraktische aspecten van het beleid te verbeteren en dat kan dienen ter bevordering van politieke veranderingen in Cuba naar de democratie.’
De weg van de normalisering van de relaties loopt via rechten en vrijheiden, aldus Arco die Europa vraagt 'het autoritaire regime te behandelen op de wijze ‘waarop Europa ook andere autoritaire regimes op de wereld behandelt.’
De oproep wordt afgesloten met de constatering dat ‘Cuba het enige land in het westelijke halfrond is met een in essentie autoritair regime, zonder meerpartijenverkiezingen, zonder vrijheid van drukpers, politiek pluralisme, vrijheid van meningsuiting en het recht op vereniging.’
Arco Progresista heeft de Europese Unie gevraagd politieke veranderingen in Cuba te stimuleren door ‘een normalisatie van de relaties met Europa waardoor de Cubaanse regering zich verplicht ziet tot werkelijke veranderingen.’

Manuel Cuesta Morúa, temidden van twee andere leden van Arco Progresista (maart 2008).
Arco Progresista dringt in de oproep aan om een versteviging van de relaties tussen de EU en het eiland ‘niet alleen van relaties tussen regeringen maar ook gericht op een vruchtbare relatie met de civiele maatschappij in Cuba die rijk, pluriform, weliswaar tot zwijgen gebracht en complex is.’
Vrijdag aanstaande nemen de Europese ministers van Buitenlandse Zaken een besluit over de vraag over de reeds bevroren sancties –ingevoerd in 2003 en bevroren in 2005- tegen Cuba moeten worden opgeheven.
Arco zegt dat de beperkte veranderingen die onder de regering van Raúl Castro zijn ingevoerd ‘leiden tot een consumptiemaatschappij maar geen stap zijn op weg naar een democratische samenleving.’ (…) ‘ In dit jaar hebben wij met geen enkele politieke verandering kennis kunnen maken. Noch is er sprake van een kalender van politieke hervormingen of een democratische opening’, aldus voorman Manuel Cuesta Morúa.
In de verklaring wordt ook herinnerd aan de ‘trieste rol’ van Europese functionarissen die bij een bezoek aan Cuba weigerden dissidenten te bezoeken. Arco Progresista benadrukt dat de vertegenwoordigers van de EU ‘goed moeten weten dat elke verandering van de EU-politiek tegenover Cuba door de Cubaanse autoriteiten zal worden gemanipuleerd als een erkenning van de fouten gemaakt door de Europese Unie.’
Desondanks mag dat volgens deze oppositiegroep geen obstakel zijn voor de EU om 'enkele onpraktische aspecten van het beleid te verbeteren en dat kan dienen ter bevordering van politieke veranderingen in Cuba naar de democratie.’
De weg van de normalisering van de relaties loopt via rechten en vrijheiden, aldus Arco die Europa vraagt 'het autoritaire regime te behandelen op de wijze ‘waarop Europa ook andere autoritaire regimes op de wereld behandelt.’
De oproep wordt afgesloten met de constatering dat ‘Cuba het enige land in het westelijke halfrond is met een in essentie autoritair regime, zonder meerpartijenverkiezingen, zonder vrijheid van drukpers, politiek pluralisme, vrijheid van meningsuiting en het recht op vereniging.’
Gezamenlijke verklaring van de Arco Progresista (Cuba) en sociaaldemocratische partijen in Venezuela
In Caracas en Havana werd een gezamenlijke verklaring ondertekend van de Arco Progresista (Cuba) en sociaaldemocratische partijen in Venezuela, Un Nuevo Tiempo en Movimiento al Socialismo.
Lees meer...
De verklaring kwam tot stand tijdens het bezoek door Dirk Van den Broeck aan Venezuela einde februari. Van den Broeck is internationaal vertegenwoordiger van de Cubaanse sociaaldemocratische koepel Arco Progresista.
Lees meer...
